top of page
Image by Robina Weermeijer

Thema 1

Chronische Pijn en het Brein
icon_transparent (2).png

Student
Samenvatting

Als pijn lang aanhoudt, voelt het vaak alsof er nog steeds iets mis moet zijn in je lichaam. Dat is logisch gedacht. Toch werkt chronische pijn vaak anders dan acute pijn. Met acute pijn bedoelen we pijn die waarschuwt voor directe schade of gevaar, zoals wanneer je je hand brandt of je enkel verzwikt. Acute pijn is dan ook vaak lekker duidelijk, dit is er gebeurd dus daarom voel ik dit. Zowel bij acute pijn als chronische pijn speelt het brein een rol. Het is namelijk het brein dat signalen interpreteert, gevaar inschat en bepaalt hoeveel pijn je ervaart. Maar hoe langer de pijn duurt, hoe groter de rol wordt van het brein bij het instandhouden van de pijn. rol van het brein bij langdurige pijn vaak groter en groter.  

​

In het studentenleven kan dit soms extra duidelijk naar voren komen. Misschien merk je dat pijn erger wordt tijdens drukke weken, na slecht slapen, bij lang zitten in college, tijdens stage, bij een moeizame samenwerking, of als je spanning voelt voor een deadline of tentamen. Door beter te begrijpen hoe pijn werkt, kun je ook beter begrijpen waarom pijn soms blijft bestaan en wat daar invloed op heeft. ​

 

Wat is pijn eigenlijk? 

 

Pijn heeft van oorsprong een belangrijke functie. Het is een beschermingssignaal van je lichaam. Acute pijn waarschuwt je wanneer er gevaar dreigt of schade ontstaat. Denk bijvoorbeeld aan het aanraken van een hete pan. Je trekt je hand vaak al terug voordat je er bewust over nadenkt. Dat laat zien hoe snel je pijnsysteem werkt om je lichaam veilig te houden. 

​​

Een interessant voorbeeld daarbij is dat er mensen bestaan die geen fysieke pijn kunnen voelen. Dit klinkt misschien aantrekkelijk, zeker als je zelf veel pijn hebt, maar pijn heeft juist een beschermende functie. Mensen die geen pijn voelen, lopen sneller schade op zonder dat ze het merken en hebben gemiddeld dus ook een veel lagere levensverwachting. Pijn is dus vervelend, maar ook belangrijk. 

​

Voel je pijn wanneer je bewusteloos bent? 

​

​​Het korte antwoord is nee. Je hebt bewustzijn nodig op pijn te voelen, en voor het bewustzijn is het brein weer een cruciale speler. Twee voorbeelden maken vaak snel duidelijk hoe groot de rol van het brein bij pijn is. Bij een dwarslaesie zie je dat het lichaam het brein nodig heeft om pijn te voelen: als signalen vanuit bijvoorbeeld een wond in de voet het brein niet bereiken, wordt pijn ook niet gevoeld, dan zal een persoon niet voelen dat er schade is aan zijn voet en zal hier dan ook niet naar handelen. Fantoompijn laat juist het omgekeerde zien: het brein kan ook pijn maken zonder dat er nog signalen uit dat lichaamsdeel komen. Zo kunnen soldaten bijvoorbeeld pijn hebben in een arm die is geamputeerd. Dat maakt meteen duidelijk dat pijn altijd echt is, maar niet één op één samenvalt met schade. 

​

​Pijn begint dus vaak met een signaal uit het lichaam, maar wordt uiteindelijk ervaren in het brein. Je hersenen ontvangen signalen vanuit het lichaam, geven daar betekenis aan en maken daar het gevoel van pijn van. Pijn is daarom altijd echt, maar niet alleen een kwestie van wat er in het lichaam gebeurt. 

​

Hoe een pijnsignaal wordt doorgegeven 

 

Wanneer je lichaam bijvoorbeeld te veel hitte, druk of spanning registreert, sturen zenuwen een signaal richting het ruggenmerg en de hersenen. Strikt genomen begint dit bij detectoren in het lichaam die bijvoorbeeld hitte, druk, rek of chemische verandering registreren. Dat zijn dus niet letterlijk “pijndetectoren”; pas in het brein ontstaat uiteindelijk het gevoel van pijn. Dat gebeurt via een soort informatiesnelweg van zenuwcellen. Die cellen geven het signaal aan elkaar door. Tussen die cellen zit steeds een kleine ruimte, en via stofjes wordt de boodschap doorgegeven aan de volgende cel. Zo reist een pijnsignaal stap voor stap door het zenuwstelsel totdat het de hersenen bereikt. 

​

Dit is belangrijk om te weten, omdat pijn niet alleen afhangt van wat er in het lichaam gebeurt, maar ook van hoe die signalen worden doorgegeven en verwerkt. Juist in dat doorgeven liggen ook kansen voor pijnmanagement. Verderop in dit werkboek komt dit ook terug bij pijnmedicatie en natuurlijke pijnstilling. 

​

 

Acute pijn en chronische pijn 

Bij acute pijn is de link tussen schade en pijn vaak duidelijk. Je stoot je knie, verbrandt je hand of verstuikt je enkel, en je voelt pijn omdat je lichaam bescherming nodig heeft. Met bescherming bedoelen we bijvoorbeeld dat je je hand terugtrekt, minder op je enkel gaat staan of een tijdje rust neemt zodat je lichaam kan herstellen. 

​​

Bij chronische pijn ligt dat vaak ingewikkelder. Dan blijft de pijn bestaan, terwijl de schade in het lichaam niet altijd meer verklaart waarom de pijn nog zo sterk aanwezig is. Dat betekent niet dat de pijn niet echt is. Het betekent dat er naast lichamelijke processen ook andere processen meespelen, vooral in het brein. 

​

 

De rol van het brein bij chronische pijn 

Je brein kijkt niet alleen naar signalen uit je lichaam. Het neemt ook allerlei andere informatie mee. Denk aan stress, emoties, gedachten, aandacht, verwachtingen en eerdere pijnervaringen. Al deze factoren beïnvloeden samen hoeveel pijn je uiteindelijk voelt. 

 

Je brein maakt als het ware steeds een inschatting van de situatie: hoeveel gevaar is er op dit moment? Als je systeem veel gevaar registreert, kan pijn sterker worden. En dat doet pijn niet om je dwars te zitten, maar juist om je te beschermen en je af te remmen. Dat is belangrijk om te blijven benoemen, omdat we bij chronische pijn vaak bijna vergeten dat pijn eigenlijk een beschermingssysteem is. Als je systeem meer rust en veiligheid ervaart, kan pijn soms juist afnemen.

 

Het gaat dus niet alleen om de signalen zelf, maar ook om hoe je brein die signalen interpreteert. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in het studentenleven: een slechte nacht, spanning voor een tentamen, een volle stagedag, urenlang moeten concentreren of het gevoel dat je nog even door moet, kan ervoor zorgen dat je systeem gevoeliger reageert. Je lichaam boeit het namelijk niet dat jij “nog even door moet” omdat die deadline toevallig morgen is. Voor je hoofd is het misschien “gewoon een drukke week”, maar voor je systeem kan dat voelen als: veel te veel, veel te lang, veel te weinig herstel. Dat betekent dat chronische pijn niet alleen te maken heeft met schade, maar ook met hoe jouw brein en zenuwstelsel signalen verwerken en betekenis geven.  

​​

Wanneer het alarmsysteem te scherp staat 

Bij chronische pijn kan het pijnsysteem gevoeliger worden. Het reageert dan sneller én heftiger op pijnsignalen vanuit het lichaam. Dat heet ook wel sensitisatie. Je kunt dan bijvoorbeeld merken dat een lichte aanraking, een kleine beweging of spanning in je lichaam al veel pijn oproept. 

​​

De pijn is dan nog steeds echt. Alleen het systeem staat als het ware te scherp afgesteld. Het reageert eerder dan nodig en vaak ook heftiger dan nodig, alsof het lichaam voortdurend op zijn hoede is. 

​

 

Zo kun je het zien 

Je kunt chronische pijn vergelijken met een alarm dat te gevoelig is afgesteld. 

Normaal gaat een alarm af bij echt gevaar. Maar als het systeem te scherp staat, gaat het ook af bij kleine prikkels. Denk bijvoorbeeld aan een brandalarm dat niet alleen afgaat bij echte brand, maar ook bij het afsteken van een lucifer of door de stoom van een hete douche. Het alarm is dan niet nep, want je hoort het toch? Maar het reageert alleen sneller en heftiger dan nodig.  

​​

De pijnvolumeknop 

Een andere helpende vergelijking is de pijnvolumeknop. Je kunt je voorstellen dat pijnsignalen vanuit het lichaam binnenkomen, maar dat het brein mede bepaalt hoe hard die signalen doorkomen. Het brein is dan een soort van controlekamer van dat alarmsysteem. Daar wordt voortdurend beoordeeld wat er binnenkomt en of dat gevaarlijk is. Hoe meer gevaar jouw systeem denkt te zien, hoe harder het alarm kan afgaan. Stress, angst, negatieve gedachten en spanning kunnen ervoor zorgen dat de volumeknop verder opengaat. Rust, veiligheid, vertrouwen en positieve ervaringen kunnen helpen om die knop juist weer wat terug te draaien. 

​​

Dat betekent niet dat pijn tussen je oren zit. Het betekent dat lichaam en brein voortdurend samenwerken. Wat je denkt, voelt en ervaart, kan dus invloed hebben op hoeveel pijn je voelt. Zo kan de ene student met rugpijn een pijnniveau van 9 ervaren vlak na een tentamen omdat deze heel de nacht heeft doorgeleerd, terwijl een andere student met vergelijkbare klachten een pijnniveau 5 ervaart omdat deze zijn leeractiviteiten slim heeft weten te spreiden over de weken.  

​

Het brein als een filmprojector

​

Pijn blijft altijd een mindfuck. Want je voelt de pijn toch echt in je lichaam. Dat is onmiskenbaar. En ondanks alle voorbeelden en kennis blijft het lastig te bevatten dat pijn door je brein wordt geproduceerd.

​

Een metafoor die kan helpen om de wisselwerking tussen het brein en het lichaam te begrijpen, is de filmprojector. Stel, je gaat naar de film. Je bekijkt de film op het doek. Daar speelt hij zich voor jouw gevoel af. Maar de film is natuurlijk een projectie. De echte film zit in een projector en wordt vanaf daar op het doek geprojecteerd.

​

Als er iets mis is met de film, kijk je waarschijnlijk eerst naar het doek. Zit daar iets? Is het beschadigd? Werkt de belichting? Is er iets anders aan de hand? Maar als het doek gewoon intact is en alles daar lijkt te werken, ga je verder zoeken. Naar het rolletje. Naar de projector. En daar kun je de film veranderen. Je kunt stukken knippen en plakken, scènes toevoegen of het verloop aanpassen.

 

Deze metafoor kun je ook toepassen op pijn. De film die je op het doek ziet, is jouw pijn die je in je lichaam voelt. Die pijn is dus echt. Maar het betekent niet automatisch dat er op de plek waar je de pijn voelt ook iets kapot of beschadigd is. Als het lichaam – het doek – intact is en gewoon functioneert, kan het interessant zijn om verder te kijken. Naar de projector. Naar jouw brein. Want daar wordt de film geproduceerd. Je brein verzamelt voortdurend informatie uit je lichaam, maar ook uit je omgeving, je eerdere ervaringen, verwachtingen en emoties. Op basis daarvan bepaalt het hoe belangrijk een signaal is en of het nodig is om pijn te produceren. En zo kan het dus gebeuren dat je wel degelijk pijn voelt, terwijl er op de plek waar je de pijn voelt geen schade (meer) aanwezig is. De pijn is echt. Alleen de plek waar je hem voelt, vertelt niet altijd het hele verhaal.

​​

Wat je uit dit thema mag meenemen 

Chronische pijn is meer dan een signaal van schade in het lichaam. Het brein speelt een grote rol in hoe pijn wordt verwerkt en ervaren. Pijn is altijd echt, maar de hoeveelheid pijn zegt niet altijd precies hoeveel schade er op dat moment is. Je brein en zenuwstelsel kunnen gevoeliger zijn geworden, waardoor pijn sneller of heftiger wordt ervaren. Dat is niet jouw schuld, maar wel iets wat belangrijk is om te begrijpen. Als je weet dat pijn beïnvloed wordt door meer dan alleen het lichaam, ontstaat er ook meer ruimte om grip te krijgen op wat jouw pijn harder of zachter zet.

Image by Bhautik Patel

Meer weten? 

Het artikel dat je zojuist hebt gelezen is een korte samenvatting van kennisclip(s) uit het volledige Pain-Changer programma. Kijk of luister je liever, of wil je checken of je de kern goed hebt begrepen? Bekijk dan hier de kennisclip(s) van dit thema.

Kennisclip: Pijn en het Brein

 In deze kennisclip behandelen we wat pijn precies is. Wat is de functie ervan? Hoe werkt het pijnproces in ons lichaam? We besteden ook aandacht aan hoe pijnsignalen op celniveau worden overgebracht. Dit inzicht is belangrijk, omdat het later terugkomt wanneer we het hebben over lichaamseigen pijnstillers.

Kennisclip: Chronische Pijn

Deze kennisclip bouwt voort op wat je eerder hebt geleerd. We gaan nu dieper in op de rol van het brein bij de productie van pijn. Waarom ervaart de één meer pijn dan de ander, zelfs bij vergelijkbare schade? Wat gebeurt er in onze hersenen wanneer pijn ontstaat en hoe kunnen we dit beter begrijpen? ​

Image by Jonathan Chng

We gaan toepassen

Onderzoek toont aan dat het actief verwerken van kennis zorgt voor beter begrip. Vandaar dat we altijd met korte toepassingsopdrachten werken. Deze helpen om de stof een plek te geven en zijn vaak een eerste stap om de pijn zelf te gaan managen. 

icon_transparent (2).png

Pijn Landkaart

Afbeelding1.png

Pijn Landkaart

​

 

Door de pijn te visualiseren en uit elkaar te trekken, kun je beter zien hoe complex pijn eigenlijk is, maar ook waar mogelijke haakjes zitten voor verandering. Pijn is complex, maar dat betekent ook dat er meerdere knoppen zijn om aan te draaien.

 

Het visueel in kaart brengen is stap 1: jouw eigen landkaart. 

 

Kijk naar de afbeelding van het lichaam en denk aan een situatie uit jouw eigen studentenleven waarin je pijn duidelijk aanwezig was. Bijvoorbeeld tijdens een lange collegedag, in de tentamenweek, op stage, tijdens reizen, bij lang zitten achter je laptop of na een drukke dag met veel prikkels.

 

Met deze opdracht probeer je niet een perfect medisch verhaal te maken. Het doel is vooral dat je beter gaat begrijpen hoe pijn zich bij jou opbouwt en welke stappen daarin een rol spelen.

 

Probeer in je eigen woorden te beschrijven hoe pijn bij jou verloopt. Begin bij de plek waar jouw pijn of spanning meestal start en volg daarna stap voor stap wat er gebeurt in je lichaam en brein.

 

Denk bijvoorbeeld aan deze vragen:

  • Waar begint mijn pijn meestal?

  • In welke situatie merk ik dit vaak, bijvoorbeeld op school, stage of thuis?

  • Welk signaal geeft mijn lichaam daar af?

  • Hoe gaat dat signaal via mijn zenuwen verder?

  • Wat gebeurt er daarna in mijn brein, bijvoorbeeld qua pijngevoel, spanning of alertheid?

  • Wanneer merk ik dat de pijn sterker wordt?

Je hoeft het niet perfect of medisch op te schrijven. Het gaat erom dat je beter gaat begrijpen hoe jouw pijnsysteem werkt in situaties die voor jou belangrijk zijn.

 

Kies wat bij jou past

Optie 1 – Schrijven

Schrijf in 5 tot 8 zinnen op hoe pijn bij jou ontstaat en zich opbouwt. Koppel dit aan een herkenbare situatie uit jouw week, zoals college, stage, reizen, studeren of een drukke dag.

 

Optie 2 – Tekenen

Gebruik de afbeelding als voorbeeld of teken zelf een lichaam.

Lekker bezig!

Dat was thema 1 alweer. Nog 3 thema's te gaan en je beschikt over de benodigde kennis om de data van de StudentPijnWijzer goed te begrijpen. 

bottom of page