
Thema 2
De PijnAfdruk
Student
Samenvatting
We horen vaak van studenten met chronische pijn dat ze van de ene afspraak naar de andere gaan: huisarts, fysio, ergotherapeut, specialist, scans, testen, opnieuw uitleggen, weer een andere blik erop. En soms lijkt de uitkomst steeds ongeveer hetzelfde: er is weinig of geen schade meer te zien, terwijl jij nog steeds pijn voelt. Wat een mindfuck. Dat moment waarop een scan zegt “valt mee” terwijl jouw lijf denkt “nou, absoluut niet”, kan je vertrouwen in jezelf ook flink slopen. Je gaat dan al snel twijfelen: hoe kan ik nog pijn hebben als mijn lichaam hersteld zou moeten zijn? In dit thema leer je dat chronische pijn niet alleen te maken heeft met schade in het lichaam, maar ook met wat je brein in de loop van de tijd heeft geleerd. Dat noemen we de pijnafdruk.
Dit thema kan voor studenten herkenbaar zijn op momenten waarop pijn ineens opspeelt bij dingen die je niet per se 1-op-1 zou koppelen aan de pijn. Het is mogelijk dat het brein momenten is gaan koppelen aan belasting of gevaar, zoals lang in de trein zitten, een hele dag op school zijn, niet kunnen slapen voor een belangrijk tentamen, naar stage gaan, achter een laptop werken, in een volle collegezaal zitten of denken aan een drukke week die eraan komt. In dit thema gaan we leren dat deze koppeling minder onschuldig is dan het lijkt.
Wat is chronische pijn eigenlijk?
Chronische pijn is pijn die langer aanwezig blijft dan je normaal zou verwachten bij herstel. Vaak houden we als vuistregel 3 tot 6 maanden aan maar dit is voor iedere blessure en aandoening anders. Bij de één is er ooit wel schade geweest die inmiddels grotendeels is hersteld. Bij de ander blijft er lichamelijk iets aanwezig, maar verklaart dat niet volledig hoeveel pijn iemand ervaart. En bij sommigen wordt er lichamelijk weinig of niets gevonden dat de pijn echt goed verklaart.
In de nieuwe richtlijnen voor het effectief behandelen van chronische pijn wordt de pijn daarom niet alleen gezien als een gevolg van schade, maar ook als een gezondheidsprobleem op zichzelf. Als een extra ziekte boven op de pijn. Bij chronische pijn spelen namelijk niet alleen lichamelijke factoren mee, maar ook psychische en sociale factoren. Denk aan stress, emoties, gedachten, gedrag, de invloed van je omgeving en hoe je dagelijks functioneert.
Pijn is meer dan alleen een signaal uit het lichaam
In eerdere thema’s kwam al naar voren dat pijn niet alleen ontstaat door wat er in het lichaam gebeurt. Het brein speelt een grote rol in hoe pijn wordt verwerkt en ervaren. Dat zie je bijvoorbeeld bij fantoompijn, waarbij iemand pijn voelt in een lichaamsdeel dat er niet meer is. Of bij een overgevoelig pijnsysteem, waarbij een lichte prikkel al veel pijn kan oproepen. Dat zie je ook terug bij sensitisatie of allodynie: situaties waarin iets dat normaal geen pijn zou moeten doen, toch pijnlijk wordt gevoeld. Dat laat zien dat pijn echt is, maar niet altijd één op één iets zegt over schade in het lichaam.
Wat is de pijnafdruk?
De pijnafdruk is een metafoor: een manier om ingewikkelde breinprocessen begrijpelijker te maken.
Elke pijnervaring laat een pijnafdruk achter in je brein, een soort tatoeage die nooit meer weggaat. In het begin is dat niet alleen de herinnering aan de pijn zelf, dus hoe het voelde, maar ook de plek waar je was toen je de pijn voelde, de beweging of gebeurtenis waarbij het misging en de eerste reacties die daarbij vrijkwamen: schrik, angst, onzekerheid, boosheid of gedachten als dit komt nooit meer goed.
Na verloop van tijd raakt die pijn ook gekoppeld aan alles wat er omheen gebeurt. Denk aan angst, stress, somberheid, negatieve gedachten, vermijden, doktersbezoeken, veel letten op pijn of spanning in je lichaam. Hoe vaker die dingen samen met pijn voorkomen, hoe sterker de verbinding wordt. Je brein leert als het ware: dit hoort bij elkaar. Zo ontstaat er een netwerk van associaties rondom pijn. Dat netwerk noemen we de pijnafdruk.
Hoe de pijnafdruk groter kan worden
De pijnafdruk groeit wanneer pijn steeds opnieuw gekoppeld raakt aan ervaringen die vaak samen voorkomen. Dat kunnen negatieve ervaringen zijn, maar soms ook neutrale signalen, zoals een plek, geur, geluid, beweging of situatie. Dat lijkt op klassiek conditioneren: wat vaak samen voorkomt, raakt in het brein steeds sterker met elkaar verbonden. Dit is gestoeld op het gezegde “neurons that fire together, wire together”. Als iets vaak tegelijkertijd plaatsvindt in het brein ontstaat er een connectie tussen de twee. Bij koe denk je aan melk, en bij melk denk je aan een koe.
Als je bijvoorbeeld pijn voelt in je knie, en daar flinke angst bij komt kijken over bijvoorbeeld een toekomst waarin je niet meer kunt sporten, of in een rolstoel beland, dan raakt deze angst en gedachten gekoppeld aan het gevoel van de pijn. Komt deze gedachten vaker voor wanneer je pijn hebt, dan nestelt deze verbinding zich dieper in je brein. Met verloop van tijd, na het herhaling na herhaling, kun je de gedachte bijna niet meer ontdenken wanneer je pijn hebt. Je schiet in vaste patronen.
In het studentenleven kan dat betekenen dat pijn zich bijvoorbeeld steeds meer gaat koppelen aan angst voor lange dagen, reizen, moeten presteren, sociale drukte, uren achter een scherm zitten of het gevoel dat je geen ruimte hebt om te herstellen. Of de gedachten dat er geen bedrijf is die op jou – en je pijn – zit te wachten. Deze angsten en gedachten geven jouw brein alleen maar nog meer het signaal dat de kust verre van veilig is. Voor jouw brein zijn dit tekenen van dreiging, gevaar, en het pijnsysteem reageert op deze dreiging door nog meer pijn te produceren.
Casus – “Yara” (alias)
Ik merkte op een gegeven moment dat mijn lijf bijna standaard moeilijk ging doen als mijn week weer helemaal vol zat. Overdag college, stage, deadlines, leren voor toetsen, overal aan moeten denken. Maar daar stopt het als student natuurlijk niet. Daarna heb je ook nog appjes, sociale dingen, soms werken voor geld, thuis nog van alles regelen en ergens tussendoor ook nog proberen te slapen, eten en niet compleet overprikkeld te raken. Ik leefde vaak in de stand van: nog even door, nog even volhouden, daarna rust ik wel uit. Alleen kwam dat “daarna” meestal niet echt. Ik merkte dat mijn zenuwpijn erger werd in deze periodes, alleen dit werd opgeven moment gewoon normaal…
In het begin dacht ik dat de pijn gewoon kwam door drukke dagen, weinig slaap en te lang achter mijn laptop zitten. En dat was ook wel zo. Maar later merkte ik dat mijn lijf soms al begon te reageren voordat de echte drukte überhaupt begonnen was. Alleen al een volle planning zien, het woord deadline, weten dat ik een lange stagedag had of dat ik ’s avonds ook nog sociaal “aan” moest staan, was soms al genoeg om spanning en daarna volgend pijn op te roepen.
Dan voelde ik het bijvoorbeeld al in mijn nek, schouders of gewoon als een soort onrust in mijn hele lijf. Alsof mijn systeem meteen in de alarmstand schoot. En dat vond ik ergens ook frustrerend, want er was dan nog niet eens echt iets gebeurd. Maar mijn lijf reageerde wel alsof het allang wist: dit wordt weer zo’n week waarin ik over mijn grens ga.
Achteraf snap ik beter dat mijn brein dat hele pakket is gaan koppelen aan overbelasting. Niet alleen het bewuste, maar ook onbewuste patronen, overtuigingen en verwachtingen. Niet alleen school zelf, maar ook alles eromheen: moeten presteren, weinig herstel, sociale druk, geldstress, te weinig slaap en steeds het gevoel dat ik overal bij moet blijven. De pijn kwam dus niet meer alleen door wat ik op dat moment deed, maar ook door wat mijn systeem inmiddels was gaan verwachten.
Waarom je nog pijn kunt voelen zonder nieuwe schade
De pijnafdruk helpt verklaren waarom pijn soms blijft bestaan, ook als het lichaam grotendeels hersteld is. Dat komt doordat het brein niet alleen reageert op pijnsignalen uit het lichaam, maar ook op herinneringen, gevoelens, gedachten en situaties die aan pijn gekoppeld zijn geraakt.
Want hier is de belangrijkste boodschap: die verbinding werkt twee kanten op. Pijn kan leiden tot angst, maar angst kan ook weer pijn activeren. Een gedachte, een plek, een beweging of zelfs de verwachting van pijn kan het netwerk al aanzetten. Daardoor kan pijn weer opkomen, zonder dat er direct nieuwe schade hoeft te zijn. Denk bijvoorbeeld aan iemand die een paar keer flink pijn heeft ervaren rond belangrijke deadlines of toetsen. Na een tijdje kan het concept deadline zelf al genoeg zijn om het hele netwerk aan te zetten. Op een gegeven moment hoeft je brein dan niet eens meer te wachten op echte belasting — het woord toetsweek is al genoeg om half het systeem op scherp te zetten. Of iemand die telkens pijn kreeg op weg naar stage en na verloop van tijd al spanning en pijn voelt bij het idee van reizen of het zien van het stationsbord. Ons fantastische vermogen om te leren, dingen in ons hoofd te verbinden, zit ons hier dus hartstikke tegen.
Wat dit betekent voor chronische pijn
Bij chronische pijn gaat het dus niet alleen om wat er in het lichaam gebeurt. Het gaat ook om wat het brein heeft geleerd. Als jouw brein veel signalen koppelt aan gevaar, kan de pijnvolumeknop sneller omhoog gaan. Dat betekent niet dat de pijn ingebeeld is. Het betekent dat je systeem door herhaling gevoeliger is geworden. Dat is lastig, maar ook hoopvol. Want wat is aangeleerd, kan ook weer veranderen.
De pijnafdruk kan ook kleiner worden
De pijnafdruk hoeft niet voor altijd even groot te blijven. Wanneer bepaalde koppelingen minder vaak worden gebruikt, kunnen ze zwakker worden. En wanneer je nieuwe, veiligere of helpendere ervaringen opdoet, kunnen er ook nieuwe verbindingen ontstaan.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer je anders leert kijken naar pijn, minder gaat vermijden, meer ontspanning ervaart, angst leert verminderen, positievere of realistischere gedachten oefent en stap voor stap weer vertrouwen opbouwt in je lichaam. Zo kun je het pijnnetwerk langzaam veranderen. Niet in één keer, maar wel stap voor stap. Dat heeft ook echt gevolgen voor hoe vaak en hoe intens pijn wordt gevoeld.
Zo kun je het zien
Je kunt de pijnafdruk zien als een afsnijpaadje in het gras. Hoe vaker dat pad wordt gebruikt, hoe zichtbaarder het wordt. Zo werkt het ook in je brein. Als pijn steeds samen voorkomt met angst, stress of vermijden, wordt dat pad sterker.
Maar als je dat oude pad minder gebruikt en nieuwe routes gaat oefenen, kan het gras op het oude pad weer teruggroeien. En kunnen er langzaam nieuwe paden ontstaan. Bij Thomas (oprichter Pain-Changer) is zijn pijn in zijn knieën, door artrose niveau 4, nu juist een zeer gewaardeerde deur naar zijn onbewuste breinassociaties. Wanneer hij pijn heeft, gaat automatisch zijn zoeklicht op wat zijn gedachten, emoties en associaties zijn op dat moment. Of is hij te hard aan het werk geweest? Niet goed voor zijn lichaam gezorgd, of te weinig goed contact gehad de laatste tijd met vrienden of familie. De pijn is wat hij het eerst en duidelijkst voelt, om vervolgens te kijken wat eraan verbonden zit, en waar hij dus iets aan kan doen.
Wat je uit dit thema mag meenemen
Chronische pijn blijft niet altijd bestaan door weefselschade alleen. Helemaal wanneer je al jaren pijn hebt, heeft het lang de kans gehad om zich diep te nestelen. Je brein bouwt een pijnafdruk: een netwerk van associaties tussen pijn, gevoelens, gedachten, gedrag en lichamelijke spanning. Hoe vaker die verbindingen actief zijn, hoe sterker ze kunnen worden. De pijn leidt dan automatisch tot bijvoorbeeld negatieve gedachten, angsten en vermijdingsgedrag. Maar ook wanneer het lichaam grotendeels hersteld is, kan juist de associatie zelf de pijnafdruk en het gevoel van pijn activeren. Dat de negatieve gedachte of de angst voor pijn het daadwerkelijke gevoel van pijn activeert. Nu begrijpen we misschien ook beter waarom chronische pijn als een aparte ziekte moet worden beschouwd, eentje van het brein, bovenop de schade in het lichaam.
Het goede nieuws is dat die pijnafdruk niet vast hoeft te blijven staan. Het brein als een leermachine houdt de pijn dus in stand, maar kan tegelijk ook de oplossing zijn voor het probleem; je kunt de associaties namelijk ook ontleren. Net als gras dat terug groeit als een afsnijdpaadje minder wordt gebruikt kunnen associaties van de pijn tattoo ook verwateren. Door nieuwe ervaringen, meer veiligheid en andere reacties op pijn kan het netwerk langzaam veranderen. Het brein is namelijk ook neuroplastisch: het blijft leren en kan zich opnieuw aanpassen.

Meer weten?
Het artikel dat je zojuist hebt gelezen is een korte samenvatting van kennisclip(s) uit het volledige Pain-Changer programma. Kijk of luister je liever, of wil je checken of je de kern goed hebt begrepen? Bekijk dan hier de kennisclip(s) van dit thema.
Kennisclip: De PijnAfdruk
In deze kennisclip leer je over een mogelijke verklaring voor aanhoudende pijn, zelfs wanneer het lichaam medisch is genezen. Deze verklaring heeft te maken met de associaties in ons brein – door ons vanaf nu de pijnafdruk genoemd.
Het bewust worden van je pijnafdruk is een belangrijke stap in het herstel van aanhoudende pijn. Daarom vormt deze les een essentiële basis voor de rest van dit programma.

Aan de slag
Onderzoek toont aan dat het actief verwerken van kennis zorgt voor beter begrip. Vandaar dat we altijd met korte toepassingsopdrachten werken. Deze helpen om de stof een plek te geven en zijn vaak een eerste stap om de pijn zelf te gaan managen.
De Pijnafdruk

Maak een Pijnafdruk (30 min)
In dit thema heb je gelezen dat pijn een afdruk kan achterlaten in je brein. Met deze opdracht ga je jouw eigen pijnafdruk zichtbaar maken. Gebruik de afbeelding als inspiratie of startpunt als dat jou helpt.
Denk hierbij vooral aan situaties die voor jou als student herkenbaar zijn, zoals pijn bij lang zitten in college, tijdens reizen, tijdens stage, na sociale drukte, in drukke tentamenweken, bij veel schermtijd of wanneer je al gespannen bent voordat de dag begint.
Het doel is niet om alles perfect in kaart te brengen, maar om sneller te gaan herkennen welke gedachten, gevoelens, reacties en lichamelijke signalen vaak samenhangen met jouw pijn.
Kies wat bij jou past
Optie 1 – Mindmap
Zet het woord pijn in het midden van een blad. Werk daaromheen met vier takken:
-
gevoel
-
gedachten
-
gedrag
-
lichaam
Schrijf bij elke tak korte woorden of zinnen die jij herkent, het liefst gekoppeld aan situaties uit jouw dagelijks leven of studie.
Optie 2 – Jouw pijnmuur op de muur (deze heeft onze voorkeur)
Maak op een muur in huis een overzicht. Zet in het midden pijn en werk daaromheen met post-its. Inderdaad, het is nogal in your face, maar zo kun je jouw pijn ook voor je ogen zien veranderen als je aan de pijn gaat werken.
-
gevoel
-
gedachten
-
gedrag
-
lichaam
Gebruik bijvoorbeeld:
-
rode post-its voor dingen die jouw pijn vaak versterken
-
groene post-its voor de positieve associaties die kunnen ontstaan
Vragen die je kunnen helpen
-
Welke gevoelens komen vaak samen met mijn pijn?
-
Welke gedachten schieten er dan door mijn hoofd?
-
Wat ga ik doen of juist vermijden als ik pijn heb?
-
Wat merk ik dan in mijn lichaam?
-
In welke studentensituaties zie ik dit het vaakst terug?
Kleine vervolgstap
Kies aan het eind één rode associatie die je de komende tijd wilt proberen te verzachten of te vervangen door iets helpenders.
Kort onthouden
Pijn kan een spoor achterlaten in je brein. Hoe vaker pijn samengaat met angst, stress of vermijden, hoe sterker dat spoor kan worden. Maar nieuwe, veiligere ervaringen kunnen dat spoor ook weer veranderen.
Alweer op de helft!
De PijnAfdruk is een hoeksteen van het Pain-Changer programma, maar kan ook belangrijk zijn om de resultaten van de StudentPijnWijzer beter te begrijpen. Wanneer je bijvoorbeeld ziet dat bepaalde activiteiten vaak samenhangen met de pijn, zoals bijvoorbeeld samenwerken, tentamens of reizen, dan weet je nu dat deze activiteiten de pijn mogelijk in stand houden. En dat je deze dus naar je hand kunt zetten om de pijn te managen. Benieuwd wat we nog meer te vertellen hebben?
